Voor docenten

Waarom PlusNederlands Lab? PlusNederlands Lab is als onderdeel van het overkoepelende PlusNederlands een manier om middelbare scholieren extra uitdaging te bieden naast het reguliere curriculum Nederlands. Tegelijkertijd is het een antwoord op lacunes in het schoolvak. In de eindtermen van het schoolvak ontbreekt het domein ‘onderzoeken’, terwijl leren onderzoeken een belangrijke vaardigheid is voor zowel pre-academische scholing als de voorbereiding op succesvol en kritisch burgerschap. Via PlusNederlands Lab willen we de nieuwsgierigheid van leerlingen aanwakkeren. Aan de hand van de verkenningen kunnen zij het onderzoeksveld van de Neerlandistiek ontdekken als een veld waarin verschillende discussies leven en waarin urgente maatschappelijke kwesties spelen die alleen met een onderzoekende houding verkend kunnen worden. Daarbij onderscheiden we drie leerdoelen, namelijk ‘over de Nederlandse taal en cultuur leren denken’, ‘met de Nederlandse taal leren experimenteren’ en ‘de rijkheid van de Nederlandse taal en cultuur ervaren’.

Leerlingen leren in PlusNederlands Lab niet alleen hoe ze zich op basis van wetenschappelijke inzichten kunnen positioneren in discussies over talige en culturele problematiek, maar ook hoe ze kunnen spelen met taal in eigen onderzoekjes. Het laboratorium laat leerlingen kennismaken met verschillende actuele onderzoeksthema’s en onderzoeksmethodes via uitdagende, wetenschappelijke opdrachten. Met behulp van deze opdrachten ontwikkelen zij niet alleen hun vakinhoudelijke kennis, maar ook hun lees-, schrijf- en argumentatievaardigheid. Bovendien weten zij na het doorlopen van de verkenningen hoe zij als beginnende taal- en cultuuronderzoekers te werk kunnen gaan. Kijk voor meer informatie over de leerdoelen en leeropbrengsten van PlusNederlands op de overkoepelende website van het plusprogramma.

De opdrachten in de verkenningen gaan vaak door op kleine onderdelen in de leerstof. Leerlingen krijgen de opdracht om iets extra’s uit te zoeken, bijvoorbeeld bij een artikel dat ze hebben gelezen of bij een website die ze hebben bestudeerd. In de eindopdracht moeten ze het grootste deel van de leerstof bovendien toepassen in een nieuwe context zonder dat ze daarbij eerst delen van die grote taak oefenen. Ze krijgen slechts (selectief) de hulp die ze écht nodig hebben. In eerste instantie worden de leerlingen uitgedaagd om de opdrachten zelfstandig uit te voeren en zelf na te denken over hoe ze een taak moeten aanpakken. Zodra ze niet voldoende bagage hebben om er alleen uit te komen, kunnen ze zogenaamde ‘hulp-op-maat’-documenten downloaden. Deze didactiek baseren we op de ‘Generatieve Toolkit voor uitdagend gedifferentieerd vakonderwijs‘ (Janssen, Hulshof & Van Veen, 2016).

21st Century Skills. PlusNederlands Lab beoogt middelbare scholieren niet alleen kennis te laten maken met de academische studie naar de Nederlandse taal en cultuur, maar zoekt ook aansluiting bij moderne ontwikkelingen op het gebied van onderwijs, namelijk de inzet van IT-middelen. PlusNederlands wil leerlingen naast vakinhoudelijke kennis en onderzoeksvaardigheden ook zogenaamde 21st Century Skills bijbrengen. Om succesvol te kunnen participeren in de 21e-eeuwse kennismaatschappij zijn specifieke vaardigheden vereist. Welke competenties hebben de studenten en werknemers van de toekomst nodig? De kans is groot dat de leerlingen van nu later een beroep uitoefenen dat nu nog niet eens bestaat! Het is duidelijk dat de toepassingen van de Informatie en Communicatietechnologie (ICT) steeds rijker worden en dat aandacht voor ICT in het onderwijs dus geen vrijblijvendheid maar een noodzakelijkheid is. Creativiteit, cultureel bewustzijn, probleemoplossend vermogen, innovatie en communicatie zijn hierbij sleutelwoorden waar ook PlusNederlands veel waarde aan hecht.

Blended learning. In PlusNederlands Lab wordt ICT op een strategische manier ingezet. PlusNederlands streeft niet naar een volledige overgang van traditioneel leren naar digitaal leren, maar naar een combinatie van modaliteiten. Deze mix wordt ook wel ‘blended learning’ genoemd, een vorm van leren waarbij zo’n dertig tot tachtig procent van het onderwijs in een digitale vorm gegoten is. Online en face-to-face onderwijs worden als het ware in de blender gestopt, wat resulteert in een combinatie van klassikaal leren en leren in een virtuele omgeving. In PlusNederlands Lab kunnen leerlingen via kennisclips en digitale opdrachten zelfstandig aan de slag. Scholen kunnen er zelf voor kiezen hoe ze momenten van terugkoppeling organiseren. PlusNederlands doet een aantal suggesties, zoals wekelijkse bijeenkomsten waarin leerlingen zelfstandig werken onder toezicht van een vakdocent, wekelijkse of maandelijkse feedbackgelegenheden waarbij vakdocenten leerlingen individueel of in groepjes begeleiden, en vormen van digitale peerfeedback waarbij leerlingen elkaars werk lezen en van commentaar voorzien. Binnen PlusNederlands kunnen fysieke interactie en online interactie tussen leerlingen, vakdocenten en leermiddelen kortom systematisch worden gecombineerd. Kijk voor meer inspiratie eens op de overkoepelende website van PlusNederlands.

Docentenhandleidingen. Bij elke verkenning in PlusNederlands Lab is een docentenhandleiding beschikbaar. Als docent Nederlands kunt u handleidingen opvragen door een mailtje te sturen naar PlusNederlands@uu.nl en daarbij duidelijk aan te geven welke handleiding(en) u wenst te ontvangen. Elke handleiding verschaft informatie over de inhoud, de opzet en de leerdoelen van de betreffende verkenning. Daarnaast bevatten de handleidingen ook beoordelingsmodellen voor het nakijken van de opdrachten uit de verkenningen. Wilt u zelf verder ingaan op onderwerpen die in de verkenningen aan bod komen? Dat kan! De handleidingen geven namelijk ook duidelijk aan welk bronmateriaal is gebruikt bij het samenstellen ervan en doen daarmee diverse handreikingen voor verdere verdieping in de lessen Nederlands.